Engerlingen zijn larven van een kever die tot de familie van de bladsprietkevers behoort. De meest voorkomende soorten in Nederland zijn:

Rozenkever

Levenscyclus

De rozenkever (Phyllopertha horticola) vliegt massaal vanaf begin mei. Het tijdstip van de vlucht is afhankelijk van de weersomstandigheden. De kevers vliegen vooral midden op de dag, kort boven het gras of tussen sierplanten of fruitbomen.

Voor het monitoren van de vlucht kunt u vanaf begin mei speciale rozenkevervallen ophangen, met een lokstof die de kevers aantrekt. Met behulp van de val is te zien of er veel kevers aanwezig zijn, en kunt u nagaan over hoeveel weken de vlucht van de kever zich uitstrekt. De vallen dienen vooral om de vluchten in kaart te brengen. Kevers die worden gevangen hebben vrijwel altijd al een deel van hun eieren afgezet.

In de periode dat rozenkevers vliegen paren ze, en zetten ze hun eieren af in wat rulle, losse zandgrond, in gras of bij planten. Als de vlucht zich uitspreidt over een langere periode dan is ook de ei-afzet gespreid, en zit er veel tijd tussen het uitkomen van de eerste en latere larven. De eerste eieren komen na ongeveer 6 weken uit.

Aan de hand van de vangsten in de vluchtweken kan het juiste tijdstip van bestrijding van de engerlingen worden vastgesteld. Zo kunt u ingrijpen voordat de feitelijke schade optreedt.

De ontwikkeling van rozenkeverengerlingen duurt bijna een jaar: vanaf de 2e helft juli tot het opvolgende jaar april.

Rozenkeverengerlingen kunnen worden aangetroffen aan wortels van allerlei grassen, gazon, sportvelden, vaste planten, jonge heesters en fruitbomen.

 

Plaagherkenning

U ziet ze vliegen! Rozenkevers hebben een bruin rugschild en een metallic groene kop, zijn ongeveer 1-1,2 cm groot, en vliegen  vlak boven het gazon of lage planten of tussen hogere planten. Ze zijn vooral bij warm zonnig weer midden op de dag tussen tien en twee actief. Bij een zware aantasting kunnen we duizenden kevers zien op een locatie.

Tijdens de vluchten voeden rozenkevers zich gedurende ongeveer drie weken met bloemknoppen en bladeren van verschillende loofhoutgewassen. Dit is de periode van de rijpingsvraat, nodig om eieren aan te maken. Het schadebeeld bestaat uit gaten in bloemen en bladeren, middenin het blad.

De jonge rozenkeverlarven zijn wit, hebben een bruine kop en 6 poten. Ze voeden zich direct na het uitkomen met organisch materiaal. Tijdens het tweede larvale stadium vreten zij aan haarwortels van planten. In het derde stadium vreten de larven aan dikkere wortels van het gazon en andere planten.

De grijze darminhoud is door de huid van het achterlijf heen te zien.

Rozenkeverengerlingen lijken op andere engerlingen, zoals jonge junikeverengerlingen en de larven van Sallandkever en roestbruine bladsprietkever. U kunt engerlingen bij ons laten determineren, zie daardoor ‘Determinatie’  (doorklikken??) elders op onze website.

Door vraatschade aan de wortels kunnen de planten of het gras geen water en voeding meer opnemen, en sterven aangetaste planten na verloop van tijd af. Bij droog en warm weer is de schade door verdroging eerder te herkennen in de vorm van gele plekken in het gras en gele planten die blad laten vallen. Bij een zware aantasting kunnen de wortels van het gras zo ver aangevreten zijn dat de grasmat los komt liggen en opgerold kan worden. Onder de grasmat treft men dan de larven aan, soms wel honderden bij elkaar.

Engerlingen van de rozenkever vormen een geliefd, eiwitrijk, menu voor mollen en dassen en voor verscheidene vogelsoorten (kraaien, kauwen). Als deze dieren de engerlingen opzoeken kan veel secundaire schade aan het grasveld ontstaan.

 

Bestrijding

Rozenkeverengerlingen zijn zeer goed te bestrijding met insect-parasitaire nematoden, Heterorhabditis spp. Periode van bestrijden: eind juli/begin augustus tot begin oktober, afhankelijk van de weersomstandigheden.

Meikever

Levenscyclus

De meikever (Melolontha melolontha) vliegt vooral vanaf de laatste week van april tot half juni.

De kevers vliegen in de schemering, en ze komen op licht af. Meikever verpopt al tot kever in het najaar, maar wacht het voorjaar en hogere temperaturen af om uit te vliegen uit de grond.  Rijpingsvraat rondom paring en ei-afzet vindt voornamelijk hoog in eiken plaats, meikevers eten het jonge blad op. De eerste ei-afzet is meestal in het uitvlieggat in de grond. De tweede ei-afzet gebeurt elders, waardoor het insect zich verspreidt.

Na 4-6 weken komen engerlingen uit de eieren. Deze maken in 3 tot 4 jaar een aantal stadia door, waarna ze in nazomer of najaar verpoppen tot kever en het opvolgende voorjaar uitvliegen. De duur van het larvestadium wordt beïnvloed door de omvang van de populatie en de hoeveelheid voedsel die aanwezig is, en ook door de weersomstandigheden.

Engerlingen van de meikever worden aangetroffen op zandgrond, vaak in grasvelden, moestuinen, boomkwekerijen en siertuinen, waar ze van de wortels van de gewassen en de bast van verhoute wortels eten. Schade komt vaak voor in kerstbomen (Picea, Abies), coniferen (Taxus), Prunus laurocerasus, fruitbomen, allerlei laanbomen, Hydrangea, en gras, maar ook andere houtige gewassen kunnen worden aangetast. Bij schade in beukenhagen van Fagus kan de wortel nauwelijks herstellen en gaan de planten meestal dood, terwijl in Carpinus herstel vaak wel mogelijk is. Vooral de grotere engerlingen zorgen voor veel schade omdat ze zo veel eten.

 

Plaagherkenning

Meikevers zijn ongeveer 3 cm groot, hebben een donkerbruine kop met mooie geveerde antennen.

De dekschilden op de rug zijn lichtbruin. Net onder de rand van de dekschilden zijn aan weerszijden van het lijf, achter de poten, 5-6 opvallende witte driehoekjes zichtbaar.

De kevers vliegen in de schemering en komen op licht af, daarom zien we ze vaak rondom buitenlampen en lantaarnpalen, en ook rondom de lichtmasten op sportvelden. Om die reden treedt de schade van meikeverengerlingen op sportvelden vaak rondom de lichtmasten op.

Met behulp van een bouwlamp is een lichtval te maken om de kevers te signaleren en weg te vangen, maar pas op: in een donker gebied kan een lichtval de kevers van ver in de omtrek naar de val aantrekken, met een verhoogde plaagdruk tot gevolg. De inzet van feromonen, lokstoffen om meikevers te signaleren, is nog experimenteel.

Meikeverengerlingen zijn net uit het ei ongeveer 0,5 cm groot, maar groeien in 3-4 jaar tot wel 4 cm grootte uit. Ze zijn wit-geel van kleur, hebben een bruine kop en 6 poten. De grijze plek op het achterlijf is de darminhoud, die door de huid heen zichtbaar is. Meikeverengerlingen verplaatsen zich niet lopend, maar schuivend op de zij. Vooral de jongere engerlingen zijn moeilijk van andere soorten zoals rozenkeverengerlingen en junikeverengerlingen te onderscheiden. Voor determinate is microscopisch onderzoek nodig, zie elders op onze website bij ‘Determinatie’ (doorklikken??)

Engerlingen van meikevers zijn in het voorjaar vanaf ongeveer 10 graden bodemtemperatuur in de bovenste 25 cm van de grond te vinden, in de zomer en het vroege najaar vinden we ze ook oppervlakkig onder planten en de grasmat. In de wintermaanden kunnen ze, vooral bij strenge kou, diep wegkruipen, wel tot 1,5 m diepte.

Meikeverengerlingen vormen een geliefd, eiwitrijk, menu voor mollen en dassen en voor verscheidene vogelsoorten (kraaien, kauwen). Als deze dieren de engerlingen opzoeken kan veel secundaire schade aan het grasveld ontstaan.

 

Bestrijding

Engerlingen van de meikever zijn moeilijk te bestrijden. Vooral de grote engerlingen zijn lastig op te ruimen. Alleen een herhaling van toepassing met een combinatie van twee soorten insect-parasitaire nematoden (de nematodenmix Heterorhabditis spp en Steinernema feltiae) geeft een geleidelijke afbouw van de engerlingenpopulatie. Na de eerste behandeling gaat zo’n 40% dood. De nematoden moeten worden aangebracht in de grond, onder het gras en rondom de aangetaste bomen en struiken. Omdat de engerlingen van de meikever nogal verspreid ondergronds aanwezig zijn en sommige erg diep in de bodem blijven, zal de bestrijding wel consequent twee jaar achter elkaar moeten plaatsvinden om de keverpopulatie tot een beheersbaar aantal terug te brengen.

De nematoden bij voorkeur met behulp van doseersystemen (doorzaaimachine of injectielans) die de aaltjes direct in de grond doseren. Bij heggen of grotere solitaire planten beuken of taxus werkt injecteren met behulp van een lans het best omdat de grond onder deze planten erg droog kan zijn.

Bij toepassing in de grond zijn de omstandigheden voor de aaltjes het best en is de trefkans met de engerlingen het grootst.

Een injecteerlans gekoppeld aan een rugspuit kan worden gebruikt om rondom gewassen met diepliggende wortels de nematoden meteen dieper in de grond aan te brengen. Zie ook onder ‘Toepassingstechniek’.

Periode van toepassing: vanaf eind april/begin mei tot eind september.

Junikever

De leefwijze van de junikever is vergelijkbaar met die van de meikever. De engerlingen zijn vaak in tuinen en grasvelden te vinden. De ontwikkelingsperiode bedraagt 2 jaar. De junikever vliegt meestal vanaf eind juni en de vluchten gaan tot juli door. Engerlingen van de junikevers vreten alleen aan grassen. De kever vliegt in de schemering en komt niet op het licht af.

Plaagherkenning

De engerlingen van de junikever leven uitsluitend van wortels van diverse soorten gras. Deze kever heeft een voorkeur voor drogere omstandigheden. De junikever komt op dit moment op een aantal plaatsen in het midden, oosten en zuiden van ons land voor, met name in sportvelden, weilanden en incidenteel tuinen.
De vliegperiode is afhankelijk van de bodemtemperaturen gedurende het voorjaar. Als er sprake is van een warm voorjaar dan zal de junikever reeds eind juni vliegen. Meestal zijn de hoofdvluchten vanaf de eerste week van juli tot soms begin augustus.
De junikever kever vliegt ’s avonds wanneer de zon juist is ondergegaan en duurt ongeveer een uur, afhankelijk van de weersgesteldheid. In tegenstelling tot de meikevers vliegen de junikevers niet in de duisternis en oriënteren zich niet op lamplicht, maar op silhouetten van mensen, gebouwen en gewassen.
Mensen kunnen de vlucht van de junikever als agressief ervaren.
De paring vindt plaats op het gras waarna het wijfje nog enige minuten rondloopt alvorens de grond in te gaan om eieren te leggen. De larven komen na ongeveer een maand uit het ei. In de loop van de zomer ontwikkelen ze zich tot het tweede larvestadium en overwinteren in dit stadium. Het volgend jaar groeien deze uit tot het derde larvestadium. De larven in dit stadium zullen overwinteren op ongeveer 40 cm diepte. In het jaar daarop verpoppen de overwinterde larven uit het derde stadium in mei. Het popstadium duurt ongeveer 30 dagen. De volwassenen wachten onder de grond tot de geschikte temperatuur is bereikt om tevoorschijn te komen. De junikever heeft één generatie per twee jaar.

Bestrijding

Bij een juiste timing van de toepassing met insecten-parasitaire nematoden Heterorhabditis spp is een redelijke bestrijding te verwachten.
Voor de bestrijding van larven stadium 2- en 3-engerlingen is een speciale mix van nematoden effectief.

Sallandkever

De engerling van de sallandkever heeft een levenscyclus van 2 jaar. De engerlingen zijn ongevoelig voor vorst. Het is één van de weinige soorten die ook in de winter actief blijven met alle schade van dien. De kevers hebben geen vast uitvliegpatroon. Meestal kan de vlucht van deze kevers vanaf juni plaatsvinden. In Nederland en België zijn vele sportcomplexen en tuinen die last hebben van deze kever. De engerlingen zitten meestal in het gras, maar in bepaalde gevallen zitten zij ook onder heesters.

Plaagherkenning

Engerlingen van de sallandkever komen voornamelijk in gras voor. Het is één van de weinige soorten die niet in winterrust gaan. De engerlingen van de sallandkever voeden zich voornamelijk met de wortels van allerlei grassen. Vooral in sportvelden en tuinen kunnen deze engerlingen voor behoorlijke schade zorgen.
De kever zelf kent een grillige biologie. Vanaf eind april kunnen al de eerste kevers vliegen, maar de piek van vluchten is meestal in juni. De Sallandkever doet er 2 jaar over om van engerling tot kever uit te groeien.
Omdat ze nooit op een massaal vlucht waargenomen kunnen worden, is de bestrijding ervan moeizamer, aangezien er door het gehele jaar diverse stadia te vinden zijn van deze engerlingen.
Heeft u last van engerlingen in de winter? Dan is de kans groot dat u te maken hebt met de sallandkever.
Determinatie is belangrijk in verband met het inzetten van de meest effectieve bestrijding.

Bestrijding

Deze engerlingen zijn goed te bestrijden met insectparasitaire nematoden Heterorhabditis spp.
Omdat deze kever een grillige biologie kent en nogal veel engerlingen produceert is het raadzaam om de toepassing 2 x per jaar te doen.
Vanaf half april kan worden bestreden als de bodemtemperatuur minstens 10º C is en tot en met oktober als de bodemtemperatuur niet lager dan 10º C is.

Roestbruine bladsprietkever

Deze kever lijkt op de junikever, maar is veel kleiner en niet zo behaard. De kever komt voor in grasvelden, tuinen en kwekerijen. De engerlingen van de roestbruine bladsprietkever zijn verzot op de wortels van serynga’s en diverse andere struiken. De engerling van deze kever wordt vaak verward met de engerling van de rozekever. De roestbruine bladsprietkever heeft een ontwikkeling van 2 jaar. Ook deze kever kent een onregelmatig uitvliegpatroon. Vanaf april tot en met september kan de kever worden waargenomen. De pieken van de vluchten zijn meestal in juli. De kevers komen op het licht af.

Plaagherkenning

Engerlingen van de roestbruine bladsprietkevers kunnen een ware plagen vormen in siertuinen. Behalve buxus kan men de engerling van deze kever overal aantreffen, zoals sierheesters, vaste planten, bomen en in groenblijvende gewassen zoals taxus. De ontwikkeling van ei tot kever duurt 2 jaar. De volwassen kever is roodbruin en heeft geen vast uitvliegpatroon. Vanaf eind april tot en met september kan men kevers aantreffen. Deze kevers vliegen overdag, maar ook ’s avonds en komen op het licht af.
De engerlingen van de roestbruine bladsprietkever kennen geen winterrust. Bij 0º C gaan ze door met vreten aan wortels, waardoor veel planten bij een hoge aantasting afsterven.
Incidenteel kunnen engerlingen van de roestbruine bladsprietkever ook in gazons worden aangetroffen, maar dat is beslist niet hun voorkeursmenu.

Bestrijding

Deze engerlingen zijn goed te bestrijden met insectparasitaire nematoden Heterorhabditis bacteriophora.
Vanaf half april kan worden bestreden als de bodemtemperatuur minstens 10º C is en tot en met oktober als de bodemtemperatuur niet lager dan 10º C is.

Anomala dubia

Anomala dubia is een kever die zich de laatste jaren behoorlijk heeft verspreid in Nederland. Deze kever heeft verschillende verschijningsvormen. In één van de verschijningsvormen lijkt deze kever sprekend op de rozenkever. Andere keren kan de kever geheel glanzend petroleum groen verschijnen. Hoewel deze kever vroeger alleen in Limburg werd aangetroffen, is deze kever thans bijna landelijk aanwezig. De kever vliegt overdag. In bepaalde regio’s zijn eind mei vluchten waargenomen, terwijl in andere regio’s juist vluchten in juli en augustus gemeld zijn. De engerling heeft een levenscyclus van 2 jaar en kan zowel in gras/gazon/grasland worden aangetroffen alsmede onder heesters en (naald)bomen. Determinatie van deze engerlingen is van essentieel belang voor een gerichte bestrijding.

 

Plaagherkenning

 

De engerling van de soort anomala dubia (nederlandse naam: anomala kever) is sinds 2006 een veel voorkomende soort. De volwassen kever verschijnt in diverse kleuren, waarvan één sprekend op een grote rozekever lijkt. De ontwikkeling van engerling tot kever duurt 2 jaar.
De kevers zijn in het zuiden vanaf half mei al waar te nemen. In andere delen van het land zijn de kevers te vinden vanaf juni tot augustus. Ze komen voor in gras, siergewassen, naaldbomen, fruit en asperge.
De kever kan in korte tijd een grote hoeveelheid bloemen en bladeren vreten van diverse tuinplanten en fruit.
Het is belangrijk om vast te stellen dat u te maken hebt met engerlingen van de anomala kevers. Wij kunnen voor u de determinatie verzorgen van deze engerlingen.

 

Bestrijding

 

Deze engerlingen zijn goed te bestrijden met insectparasitaire nematoden Heterorhabditis spp.
Vanaf half april kan worden bestreden als de bodemtemperatuur minstens 10º C is en tot en met oktober als de bodemtemperatuur niet lager dan 10º C is.

Julikever

De julikever komt in de kustgebieden voor. De ontwikkeling is vergelijkbaar met die van de Meikever. Deze kever is zeldzaam en veroorzaakt geen schade aan tuinen.

Japanse kever komt steeds dichterbij

De Japanse kever, Popillia japonica, is in 2015 in Italië ontdekt. Het is afwachten wanneer deze schadelijke kever in Noord-Europa opduikt, maar het is zeker dat hij komt. In Amerika heeft de kever zich namelijk vanaf 1916 heel snel over het gehele continent verspreid. In juli 2021 is een kever in Zwitserland gevonden en in november 2021 is een kever in het Duitse Freiburg in een feromoonval gevangen. Verspreiding gaat eenvoudig met het transport van planten dat door heel Europa gebeurd. Ook kunnen kevers meeliften met toeristen die in Zuid-Europa vakantie hebben gevierd.

 

Plaagherkenning

 

De kever is circa 1 cm groot, heeft een metaalgroen kop en koperkleurig bruine dekschilden. Kenmerkend zijn witte plukjes haar aan weerszijden van de dekschilden die doorlopen aan de onderzijde. De engerlingen lijken op alle andere engerlingen en de specifieke kenmerken zijn alleen met een goed loep te zien.
De kevers kunnen veel vraatschade veroorzaken aan een groot aantal bomen en struiken. Van de bladeren blijven alleen de nerven over. De larven leven in de grond en vreten aan de wortels.
De Japanse kever heeft één generatie per jaar. Van eind mei tot in het najaar kunnen de kevers waargenomen worden, met een piek in juli en augustus. De larven zullen vanaf ongeveer augustus tot in juni van het jaar daarop in de grond zitten voordat ze gaan verpoppen.

 

Bestrijding

 

Met behulp van feromoonvallen kan de aanwezigheid van kevers gemonitord worden. Als er kevers worden gevangen dan is het raadzaam regelmatig in de grond te kijken of er engerlingen worden gevonden. Deze kunnen bestreden worden met insectparasitaire nematoden als de bodemtemperatuur circa 11 graden is of hoger.

Plaagbestrijding

Chemische bestrijding van engerlingen is – als de wetgeving het al toestaat! – niet effectief. Bovendien worden nuttige bodembewoners zoals loopkevers en hun larven gedood.

 

Engerlingen van de meeste kevers zijn zeer goed te bestrijden met insectparasitaire nematoden.
Insectparasitaire nematoden (ook wel aaltjes genoemd – niet te verwarren met schadelijk plantparasitaire aaltjes) zijn microscopisch kleine aaltjes die in symbiose leven met een bacterie. Eenmaal in de bodem uitgezet zoeken ze de larven op en dringen de larven in.
In de larve scheiden de nematoden een bacterie af die de larve doodt. In de dode larve ontstaat een nieuwe generatie nematoden die op zoek gaan naar nieuwe larven om ze te infecteren. Insectparasitaire nematoden kunnen niet lang buiten een “gastheer” overleven. Zijn er geen prooien meer, dan sterven de nematoden.

Insectparasitaire nematoden komen van origine voor in onze bodem en zijn daarom ook opgenomen in de Flora- en Faunawet als beschermde bodembewoners. Deze aaltjes zijn ongevaarlijk voor mens, dier, milieu en nuttige insecten.

De inzet van insectparasitaire nematoden is een zeer effectieve aanpak “aan de bron”.
Na het aanbrengen van de nematoden zijn de eerste effecten na een paar dagen tot een week merkbaar. De engerlingen verkleuren en sterven.
Het succes van de toepassing van deze biologische bestrijding is afhankelijk van de soort engerling. Het is daarom van groot belang vast te stellen welke soort engerling de schade veroorzaakt. Engerlingen van de rozekever, junikever en sallandkever vinden we alleen onder graszoden. De engerlingen van andere kevers komen ook voor in andere gewassen. Onderlinge verschillen kunnen alleen met behulp van een specialist op dit gebied vastgesteld worden.
Bij twijfel, stuur een paar engerlingen in een stevige verpakking naar Biocontrole.